Skip to Content

Dit of Dat Vragen voor Kinderen

  1. Roblox of Minecraft?
  2. iPad of tv?
  3. Mama of papa?
  4. Zus of broer?
  5. Kip of rundvlees?
  6. Chocolade of vanille?
  7. Grappiger, scheten of poep?
  8. Dag of nacht?
  9. Enger, zombie of monster?
  10. Skittles of M&M’s?
  11. Eenhoorn of zeemeermin?
  12. Draken of ridders?
  13. Disneyland of Universal Studios?
  14. Batman of Superman?
  15. Zwembad of zee?
  16. Zomer of winter?
  17. Alexander Hamilton of Alexander Graham Bell?
  18. Console of VR?
  19. Lippenstift of nagellak?
  20. Pet of zonnebrandcrème?
  21. Rijst of brood?
  22. Tomaten- of roomsaus voor pasta?
  23. IJslolly of ijsje?
  24. Slippers of sandalen?
  25. Citroen of limoen?
  26. Goudvisjes (crackers) of Cheez-Its?
  27. Pinda’s of amandelen?
  28. Kippenvleugels of kipnuggets?
  29. Basketbal of voetbal?
  30. Goochelaar of tovenaar?
  31. Prinses of koningin?
  32. Kat of hond?
  33. Gummibeertje of gummiworm?
  34. Tandenfee of paashaas?
  35. Vlinder of libel?
  36. Dinosaurussen of auto’s?
  37. Poppen of make-up?
  38. HEMA of Blokker?
  39. Verjaardag of kerst?
  40. Contant geld of cadeaubon?
  41. Enger, haaien of krokodillen?
  42. Schattiger, baby’s of puppy’s?
  43. Zingen of dansen?
  44. Laptop of telefoon?
  45. Nintendo Switch of tablet?
  46. Goud of diamant?
  47. Apple of Samsung?
  48. Luigi of Mario?
  49. Assepoester of Sneeuwwitje?
  50. Minecraft, Steve of Alex?
  51. Brandweerman of politieagent?
  52. Ballerina of acteur/actrice?
  53. Helikopter of vliegtuig?
  54. Vuur of water?
  55. Pyjama of bloot?
  56. Douche of bad?
  57. Appelsap of sinaasappelsap?
  58. Pannenkoeken of wafels?
  59. Bosbessen of aardbeien?
  60. Spek of worstjes?
  61. Oma of opa?
  62. Vakantie of meer schermtijd?
  63. Sneeuw of regen?
  64. Fiets of step?
  65. Rekenen of biologie?
  66. Uit eten of thuis eten?
  67. Pizza met salami of pizza met kaas?
  68. Knuffel of kroelen?
  69. Konijntje of kitten?
  70. Lego of Playmobil?
  71. Sour Patch of Swedish Fish?
  72. Wortel of broccoli?
  73. Orkaan of sneeuwstorm?
  74. Fudge of brownie?
  75. Octopus of inktvis?
  76. Vrienden of broers en zussen?
  77. Nike of Adidas?
  78. Trein of boot?
  79. Kietelen of grappen?
  80. Freerunnen of skateboarden?
  81. Vork of vingers?
  82. Cola of Sprite?
  83. Knopen of ritsen?
  84. Harry Potter of Fantastic Beasts?
  85. Hulk of Spiderman?
  86. Achtbaan of tokkelbaan?
  87. Golf of tennis?
  88. Schaatsen of rolschaatsen?
  89. Pretpark of waterpark?
  90. Piano of gitaar?
  91. Springkussen of trampoline?
  92. Schoorsteen of open haard?
  93. Muggen of bijen?
  94. Ruimte of aarde?
  95. Sneeuwbanden of waterglijbaan?
  96. Geen school of geen huiswerk?
  97. Dokter of tandarts?
  98. Patat of macaroni met kaas?
  99. Concert of film?
  100. Film thuis of in de bioscoop?
  101. Vans of Converse?
  102. Neushoorn of nijlpaard?
  103. Schilderen of kleuren?
  104. Vrachtwagens of sportwagens?
  105. Pudding of Jell-O?
  106. Kaasstaaf of gesmolten kaas?
  107. Piraten of ninja’s?
  108. Afwassen of de was doen?
  109. Je mond afvegen met: servet of je kleren?
  110. Chocolade of karamel?
  111. Slapen in de woestijn of iglo?
  112. Resort of cruiseschip?
  113. Landhuis of luxe camper?
  114. Rubik’s Cube of kruiswoordpuzzels?
  115. Haar knippen of nagels knippen?
  116. Vliegen of onzichtbaarheid?
  117. Rijk of intelligent?
  118. Oreo’s of chocoladekoekjes?
  119. Zanger of rapper?
  120. Ouderwets of modern?
  121. Slim of sterk?
  122. Grappig of populair?
  123. YouTube of Netflix?
  124. Planten of dieren?
  125. Bank of bed?
  126. Bankje of stoel?
  127. Hout of plastic?
  128. Hockey of honkbal?
  129. Speeltuin of winkelcentrum?
  130. Benjamin Franklin of Thomas Edison?
  131. Koelkast of vriezer?
  132. Play-Doh of voedselkleurstof?
  133. Vast of vloeibaar?
  134. Kauwgom of lolly?
  135. Bodyboard of zandkasteel?
  136. Paardenstaart of vlechten?
  137. Jurk of sieraden?
  138. Kippen of hanen?
  139. Roblox of Fortnite?
  140. Hagel of regenbui?
  141. Smurfen of Peanuts?
  142. Charlie Brown of Snoopy?
  143. Glas of plastic?
  144. Video’s kijken of spelletjes spelen?
  145. Goed of kwaad?
  146. Lekker eten of snoep?
  147. Popmuziek of rockmuziek?
  148. Reus zijn of heel klein zijn?
  149. Harde snoepjes of zachte snoepjes?
  150. Pen of potlood?
  151. Fruit of groente?
  152. Rijst of brood?
  153. Broccoli of sla?
  154. Laptop of iPad?
  155. Tekenfilms of stripboeken?
  156. Niet slapen of niet eten?
  157. Leeuwen of tijgers?
  158. Donker of licht?
  159. Speelgoed of huisdieren?
  160. Schep of hamer?
  161. Aarde of nieuwe planeet?
  162. Goocheltrucs of grappige grappen?
  163. Groot gezin of klein gezin?
  164. Rennen in de hitte of zwemmen in ijskoud water?
  165. Jetski of motor?
  166. Skateboard of snowboard?
  167. Knuffelen met huisdieren of ouders?
  168. Hamer of zaag?
  169. Boeren of scheten?
  170. Baby rode panda of baby aapje?
  171. Camperreis of themahotel?
  172. Chips of patat?
  173. Thuis of school?
  174. Mario of Sonic?
  175. Vis of vlees?
  176. Taart of cupcake?
  177. Waterpistolen of waterballonnen?
  178. Zon of maan?
  179. Play-Doh of slijm?
  180. Eekhoorntjes of gewone eekhoorns?
  181. Snot of oorsmeer?
  182. Curry of soep?
  183. Kipnuggets of kippenvleugels?
  184. Donald Duck of Goofy?
  185. Eendjes of kuikens?
  186. Dutjes of speeltuinen?
  187. Toetje voor of na het eten?
  188. Zachte deken of zachte knuffels?
  189. S’mores of warme chocolademelk?
  190. Tapijt of tegelvloer?
  191. Suiker of zout?
  192. Bruine bonen of jellybeans?
  193. Teenslippers of sneakers?
  194. Honing of ahornsiroop?
  195. Kip of kalkoen?
  196. Bos of jungle?
  197. School of thuisonderwijs?
  198. Uno of Monopoly?
  199. Woestijn of oceaan?
  200. Kamperen of glampen?
  201. Boogschieten of schieten?
  202. Piano of viool?
  203. Steile waterglijbaan of achtbaan?
  204. Klassenclown of de stille?
  205. Zonnebloempitten of pistachenoten?
  206. Draadloze koptelefoon of koptelefoon met snoer?
  207. Toneelclub of muziekclub?
  208. Eigeel of eiwit?
  209. Paraplu of regenjas?
  210. Land of zee?
  211. Metro of taxi?
  212. Auto of helikopter?
  213. Vliegen of de oceaan verkennen?
  214. Vliegtuig raamstoel of gangpad?
  215. Glijbaan of schommel?
  216. Zeekoe of giraffe voeren?
  217. Bordspellen of videospellen?
  218. Binnen of buiten spelen?
  219. Schilderen of kleuren?
  220. Bijl of kettingzaag?
  221. Banden of kanoën?
  222. Bij warm weer, ijskoude watermeloen of ijskoude limonade?
  223. Ontbijtgranen of mueslireep?
  224. Knutselen met een doos, superheldenpak of transformer?
  225. Auto’s wassen of limonade verkopen?
  226. Monstertruck rally of worstelwedstrijd?
  227. Rode auto of blauwe auto?
  228. Raket of torpedo?
  229. Onderzeeër of straaljager?
  230. Instagram of TikTok?
  231. Komiek worden of zakenman?
  232. Tuin of boerderij?
  233. Golden Retriever of Husky?
  234. Grijze of gele ogen?
  235. Hogesnelheidstrein of dubbeldekkerbus?
  236. Insecten of slang eten?
  237. Flesflip of handstand?
  238. Een week weg van huis of een week weg van schermen?
  239. Vrienden of geld?
  240. Als je boos bent, dingen gooien of schreeuwen?
  241. Kelder of zolder?
  242. Ergste op pizza, banaan of tonijn?
  243. Geiten of konijnen?
  244. Reese’s of Snickers?
  245. Touwtjespringen of hoelahoepen?
  246. Big Nate of Dagboek van een Wimpy Kid?
  247. Hoodie of trui?
  248. Salade of gegrilde groenten?
  249. Bomen klimmen of klimwanden?
  250. Provolone of cheddar?
  251. Mosterd of ketchup?
  252. Bank of luie stoel?
  253. Kraanwater of flessenwater?
  254. Chinees of Mexicaans eten?
  255. McDonald’s of Burger King?
  256. Roze of paars haar?
  257. Park of waterspeeltuin?
  258. Krab of kreeft?
  259. Peperkoekenmannetje of peperkoekenhuisje?
  260. Skiën of snowboarden?
  261. Varkensvlees of rundvlees?
  262. X-Wing of Millennium Falcon?
  263. Zwemmen met vinnen of zwembandjes?
  264. Als huisdier, papegaai of aap?
  265. Recyclen of afval opruimen?
  266. Zalm of tonijn?
  267. Papieren boeken of e-books?
  268. Spinnen of hagedissen?
  269. Chocoladekoekjes of suikerkoekjes?
  270. Leren pizza maken of taart bakken?
  271. Manicurefeestje of theefeestje met een prinses?
  272. Cookie dough of mint-chocolade-ijs?
  273. Krispy Kreme of Dunkin’ Donuts?
  274. Oom of tante?
  275. Springen op de bank of spelen met spullen van volwassenen?
  276. Douchen ‘s ochtends of ‘s avonds?
  277. Noedels of brood?
  278. Gebakken garnalen of gebakken vis?
  279. Tikkertje of verstoppertje?
  280. Sneeuwballengevecht of sneeuwpop?
  281. Snorkelen of surfen?
  282. Huiswerk of huishoudelijk werk?
  283. Munt of briefje?
  284. Kom of bord?
  285. Octopusvlieger of ruimteschipvlieger?
  286. Dierentuin of aquarium?
  287. Zeester of zeekomkommer?
  288. Gegrilde mais of mais met kaas?
  289. Een konijn of een eekhoorn achtervolgen?
  290. Bal of pop?
  291. Groene of paarse druiven?
  292. Naar sterren of wolken kijken?
  293. Slakken of lieveheersbeestjes?
  294. Discolichten of discomuziek?
  295. Bij of vlinder?
  296. Walvis of dolfijn?
  297. Plassen of sproeiers?
  298. Kam of borstel?
  299. Klauwen of poten?
  300. IJshoorntje of ijsbeker?
  301. Driehoek of rechthoek?
  302. Kikker of pad?
  303. Kunstleren jas of nepbontjas?
  304. Glimlachen of lachen?
  305. Spaarvarken of schatkist?
  306. Spelen met blokken of magneten?
  307. Tractorrit of ponyrit?
  308. Een beer of een leeuw trainen?
  309. Klop-klopgrappen of Mad Libs?
  310. Op de kermis, suikerspin of oliebollen?
  311. Vissen in een vijver of een meer?
  312. Naar de toekomst of het verleden?
  313. Boomhut of tokkelbaan thuis?
  314. Taarten of muffins?
  315. Bellenblaas of stoepkrijt?
  316. Viezer, ratten of kakkerlakken?
  317. Pretzel of stokbrood?
  318. Koraalrif of vulkaan?
  319. Cactus of doornige struik?
  320. Narwal of orka?
  321. Handschoenen of wanten?
  322. Cheeseburgers of groenteburgers?
  323. Graafmachine of vorkheftruck?
  324. Bedekt met bijen of mieren?
  325. Zwaarden of pijl en boog?
  326. Kastelen of torens?
  327. Pelikaan of ooievaar?
  328. Leren vuur maken of een vogel vangen?
  329. Sneeuwvlok of cornflake?
  330. Kauwgom of jellybeans?
  331. Grot of tunnel?
  332. Corndog of hotdog?
  333. Watermeloen of meloen?
  334. Ontbijt of avondeten?
  335. Coyote of wolf?
  336. Kapitein van een vliegtuig of zeilboot?
  337. Zwemnoodle of opblaasbare stoel?
  338. Magnetron of oven?
  339. Palmboom of dennenboom?
  340. Pijlstaartrog of hoefijzerkrab?
  341. Zeehond of zeeleeuw?
  342. Lay’s of Pringles?
  343. Kauwgomballenautomaat of speelgoedautomaat?
  344. Groene of gele appels?
  345. Limousine of jacht?
  346. Trofee of medaille?
  347. Clownvis of zeepaartje?
  348. Gewone aardappelen of zoete aardappelen?
  349. Gieter of tuinslang?
  350. Fluitje of toeter?
  351. Lift of roltrap?
  352. Paperclips of punaises?
  353. Helium of zuurstof?
  354. Kardinaal of blauwe gaai?
  355. Oost of west?
  356. Tarantula of koningscobra?
  357. Zonnebloemen of rozen?
  358. Tent of blokhut?
  359. Tank of kanon?
  360. Waterpistool of Nerf-pistool?
  361. Wereldbol of zandloper?
  362. Tasje of rugzak?
  363. Mondharmonica of blokfluit?
  364. Touw of garen?
  365. Meerval of paling?
  366. Luchtballon of parachutespringen?
  367. Paprika of champignons?
  368. Pingpong of pickleball?
  369. Stenen huis of metalen huis?
  370. Plakband of lijm?
  371. Zoete of zure augurken?
  372. Poedel of Chihuahua?
  373. Feestjes of pakketjes?
  374. Eenwieler of jojo?
  375. Sleutels of elektronische sloten?
  376. Slimmer, kraai of octopus?
  377. Kaarten of stenen bestuderen?
  378. Stinkdier of stekelvarken?
  379. Zonnestelsel of zwarte gaten?
  380. Circus of doolhof?
  381. Schaken of dammen?
  382. Dennenappels of eikels?
  383. Astronaut of president?
  384. Waskrijt of waterverf?
  385. Cape of masker?
  386. Harder, ouder die snurkt of grasmaaier?
  387. Schelpenketting of haaientandenketting?
  388. Hersenen of hart?
  389. Kolibries of vleermuizen?
  390. Een vat of grote band rollen?
  391. Gevaarlijker, drijfzand of op het dak rennen?
  392. Jager of visser?
  393. Boren of hameren?
  394. Feeën of kabouters?
  395. Nablijven of briefje mee naar huis voor ouders?
  396. Tuinslang of waterballonnen?
  397. Potlood of pen?
  398. Touchscreen of controller?
  399. Sap of frisdrank?
  400. Tekenfilm of live action?

Wil je meer dit of dat vragen? Bekijk onze originele dit of dat vragen pagina, er zijn er misschien een paar die niet kindvriendelijk zijn, maar er zijn er veel die dat wel zijn. Of je bent misschien geïnteresseerd in onze zou je liever vragen voor kinderen pagina voor wat meer kindvriendelijk plezier.